| Sjonnies In die tijd was hij regionaal al bekend als De zingende heftruckchauffeur (maar gezien zijn omzwervingen op velerlei gebied had dat net zo goed de zingende matroos of de zingende marktkoopman kunnen zijn). Na diverse problemen met muzikanten die steeds meer wilden verdienen of een bepaald repertoire niet wilden spelen besloot Ronnie om met zijn twee zonen Konstantijn en Friso een band te gaan vormen. Deze jongens van verschillende moeders woonden toen al bij hem in en dat is nog steeds het geval. Het is overigens niet dat de jongens zo dol zijn op pa’s muziekkeuze, maar het zakgeld was aanlokkelijk en zo ontstond er toch snel een hecht groepsverband. Een naam voor het gezelschap was ook snel gevonden: De Sjonnies als een soort van eerbetoon aan Ronnie’s grote idool uit vroeger tijden, Johnny Jordaan. Het
succes kwam spoedig voor dit opvallende gezelschap. CNR
was het slagvaardigst en troefde daarmee alle concurrerende platenlabels
af; er werd een lucratieve deal gesloten en de eerste single Dans je
de hele nacht met mij werd meteen een joekel van een hit. Een
jaar later rekenden De Sjonnies definitief af met alle sceptici (die
hun een ultra-korte carriére voorspelden) door opnieuw een top-40
hit te scoren met de vakantiekraker Blauw van de sangria . Langzamerhand
werden De Sjonnies steeds bekender in Nederland. Met Gert Timmerman werden hoge kijkcijfers gehaal in de overigens geflopte late-night show van Peter-Jan Rens (1998) en dat De Sjonnies ook meer in hun mars hebben bewezen ze in 1999 bij “Hints”, waar verrassend de halve finale gehaald werd. En in 2000 doken ze opeens weer op in de finale van “Big Brother”. Inmiddels zijn we twee albums verder, en nog steeds behoren De Sjonnies tot de top van het nederlandse amusementswereldje. Toch zijn er in de tussentijd wel veel dingen veranderd. Met de productie van hun tweede album Broodje Bal (in 1997) begonnen de heren hun (muzikale) zaakjes steeds meer in eigen hand te nemen. Ondanks de nodige weerstand (in het wereldje is men niet zo gewend dat artiesten veel dingen zelf doen) bewezen De Sjonnies hun gelijk met het succes van het genoemde album. Met de release van het derde album Anti-Roos werd een voorlopig creatief hoogtepunt bereikt met als kroonjuweel de prachtige single “Annemarie”. Vrij snel daarna besloten De Sjonnies ook hun management zelf te gaan doen. Een vierde telg van de Ruysdael-dynastie, Mathijs (Als artiest ook bekend als “Thijs de Nijs”) werd aan het hoofd gezet van de organisatie. De resultaten volgden onmiddellijk: met de single Opa Koos werd voor het eerst in 4 jaar weer een top-50 notering gehaald. Het aantal boekingen dreigt in 2001 zelfs record-vormen aan te nemen, een teken dat De Sjonnies nog steeds wereldberoemd zijn in heel Nederland. Voor een uitgebreid platen-overzicht kijk op de plaatwerk-pagina. Vermeldenswaard is ook een heuglijk moment in november 2000: in die maand mochten De Sjonnies de prestigieuze van Muilekom-prijs in ontvangst nemen. Voor het eerst werden de Sjonnies ook publiekelijk erkend als ambassadeurs van het Nederlandstalige lied. Als de koningen dit leest, misschien binnenkort ook een lintje voor de heren? Of zoals een grote fan het ooit treffend uitdrukte: De Sjonnies dat is geen muziek, dat is een manier van leven!!! |
||
![]() |
||
| Voor meer informatie kunt u altijd contact met ons opnemen. |